Bekijk onbeantwoorde berichten | Bekijk actieve onderwerpen Het is momenteel Di 27 Okt 2020, 00:22



Reageren op dit onderwerp  [ 1 bericht ] 
 COMMANDO, WAT DOE JE VOOR DE KOST? Rob Zuiderwijk 
Auteur Bericht
Reageer met citaat
Bericht COMMANDO, WAT DOE JE VOOR DE KOST? Rob Zuiderwijk
Luitenant-generaal der mariniers Rob Zuiderwijk

Op 27 augustus 2008 bezocht de Secretaris-Generaal van de NAVO heer Jaap de Hoop Scheffer samen met minister van Defensie Eimert van Middelkoop de Koninklijke Marine in Den Helder. Aan het einde van zijn bezoek sprak De HoopScheffer: “Als secretaris-generaal heb ik een unieke positie om krijgsmachten te kunnen vergelijken, en de Nederlandse krijgsmacht, en het Korps Mariniers in het bijzonder, opereert aan de absolute top. Het is een zware inzet die Nederland pleegt, maar het is de moeite waard.” De inzet waaraan de NAVO topman memoreerde was onder andere die van mariniers van de Maritime Special Operations compagnie die in Afghanistan met de Commando’s van het Korps Commandotroepen de Special Forces van Task Force Uruzgan vormden.

Aan boord van het amfibisch transportschip Hr.Ms. Johan de Witt werden de heren De Hoop Scheffer en Van Middelkoop ontvangen door de Commandant Zeestrijdkrachten Lgenmarns Rob L. Zuiderwijk. In 1976 kreeg de toenmalige eerste luitenant der mariniers Zuiderwijk in Roosendaal zijn Groene Baret en later dat jaar zijn para-wing.

Doel was sportofficier
"Ik was 17 jaar toen het Korps Mariniers mij in 1968 inlijfde. Ik wilde sportofficier worden en koos daarom voor het Korps Mariniers. Ik sport weliswaar al mijn hele leven, maar sportofficier ben ik nooit geworden.” Rob Zuiderwijk volgde een ‘normaal’ traject om tot marinier te worden opgeleid. In 1971 werd Zuiderwijk beëdigd als officier na zijn opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM). Hierna volgde een plaatsing als instructeur bij de mariniersopleiding in de Rotterdamse Van Ghent kazerne. Na een periode te hebben gewerkt als instructeur kreeg Zuiderwijk de gelegenheid om de basisvliegopleiding bij de Rijks Luchtvaartschool in Eelde te volgen, gevolgd door een opleiding tot helikopterpiloot bij de Koninklijke Luchtmacht op vliegbasis Deelen. “Dat was in die tijd een buitenkans, omdat er maar sporadisch mariniers werden opgeleid tot piloot. Het voorbeeld van de UK en US Marines deed de Koninklijke Marine besluiten om dat ook in ons land te doen.” Zuiderwijk werkte na zijn opleiding een tijd bij de Marineluchtvaartdienst. “Als Search and Rescue (SAR) piloot heb ik regelmatig drenkelingen uit de Noordzee moeten pikken. Helaas soms ook een piloot van de Koninklijke Luchtmacht die bij oefeningen op de Wadden was verongelukt.” Zuiderwijk kijkt met trots en plezier terug op zijn periode bij Squadron 7.

De TV toren van Roosendaal uit alle windrichtingen
Lachend vertelde Zuiderwijk: “Als piloot en marinier werd mij aan de bar wel eens verweten dat ik een “salon-marinier” was. Een beetje vliegen is een makkelijk baantje was de boodschap. Ik besloot daarom om die opmerkingen te laten verstommen en te laten zien wat ik waard was.” Hij diende een verzoek in om de Elementaire Commando-opleiding (ECO) bij het Korps Commandotroepen in Roosendaal te mogen volgen. “De opleiding startte in het voorjaar van 1976 en ik herinner me dat het in juni verschrikkelijk heet was.” Als voormalig instructeur bij het Korps Mariniers wist Zuiderwijk dat de opleiding zwaar zou zijn, maar hij kende ook de opleidingstrucjes en was dus op een aantal mentale zaken voorbereid. “Ik wist natuurlijk dat na een lange mars en met de TV toren al dichtbij in het zicht, niet de kortste weg naar het tentenkamp werd gekozen. Zoals waarschijnlijk alle commando’s hebben ervaren, zag je in de uren erna de TV toren nog uit alle windrichtingen.”

US Special Forces in de ECO
In de ECO die Zuiderwijk volgde deed ook een ploeg mee van de US Special Forces, die de kwaliteit van de Europese SF-opleidingen wilden beoordelen. Dat A-Team werd echter pas in de 4e week ingevlogen omdat ze natuurlijk al ervaren waren. “Destijds waren de US Special Forces en die van het Verenigd Koninkrijk het grote voorbeeld in de wereld. De Yanks waren geen lopers en hadden dus grote moeite met de lange verplaatsingen te voet. Hun bovenlichaam was meestal beter ontwikkeld. Eén van de Amerikanen was erg gespierd. Hij was alleen vergeten om ook zijn hand- en polsspieren te trainen. Elke keer als hij op de touwbaan naar een touw moest springen greep hij het vol goede moed vast maar gleed hij telkens met een rotgang langs het touw naar beneden. Die vent liep dus al die weken met zijn handen in het verband, want elke week stond de touwbaan op het programma.” De ECO was voor Zuiderwijk een prachtige ervaring: “Ik herinner me dat ik in ieder geval veel gelachen heb om allerlei situaties. Zo had de commandant van de opleiding mij verantwoordelijk gemaakt voor het dragen van zijn sigaren. Op de meest onmogelijke momenten vroeg hij dan om een sigaar, die ik hem ook trouw gaf. Maar ik stopte ze altijd op zo’n manier in mijn pack, dat ik zeker wist dat ze gekreukeld te voorschijn zouden komen, zodat ze niet te roken waren.” De afmatting speelde zich af in de omstreken van Roosendaal. “De Ster van Roosendaal” werd die genoemd, met altijd weer die vervelende TV toren in zicht. Na de baretuitreiking werd ik opgehaald door vrienden en mijn toenmalige vriendin, waarmee ik nu nog steeds getrouwd ben. We zouden het einde van de opleiding eens goed vieren. Ik ben met ze meegegaan maar kan me van de avond niet veel meer herinneren.”

Na het halen van de Groene Baret volgde elntmarns Zuiderwijk bij het Korps Commandotroepen de paraopleiding. Grondtraining op de vliegbasis Woensdrecht. “Springen deden we onder andere op de Rucphense Heide” vertelt Zuiderwijk. Na deze opleiding bij het Korps Commandotroepen terug naar de Marineluchtvaartdienst. “Het was de tijd van de gijzelingen in Wijster, De Punt en Assen. Situaties waarbij de Bijzondere Bijstands Eenheid van het Korps Mariniers werd ingezet. Zuiderwijk heeft bij die acties regelmatig voor de BBE gevlogen. Ook de SAR-werkzaamheden werden hervat. “We vlogen toen met een Augusta Bell ofwel Huey. Een eenmotorig toestel zonder radar waarmee we ook ‘s nachts boven zeereddingsacties uitvoerden. Tegenwoordig zou dat niet meer mogen.”

Juist als officier veel opleiden en trainen
In 1978 volgde Zuiderwijk de Amphibious Warfare Course bij het Amerikaanse Korps Mariniers in Quantico. “Daar heb ik erg veel geleerd over amfibische operaties, de organisatie en het optreden van het US Marine Corps. Kennis die later zeer goed van pas zou komen.” Tijdens zijn carrière was Zuiderwijk ook docent aan het KIM en operatieofficier bij een mariniersbataljon. Verder vervulde hij staffuncties bij de staf van de Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch gebied en op de afdeling personeel van het hoofdkwartier van het Korps Mariniers. Luitenant-generaal Zuiderwijk heeft de Hogere Krijgskundige en Algemene Vorming met goed gevolg doorlopen.

De Antillen en Suriname
Zuiderwijk werd in 1981 voor het eerst geplaatst op de Nederlandse Antillen, als operatieofficier op Curaçao. In een latere periode, van 1991 tot en met 1994, was hij commandant van de Marinierskazerne Savaneta op Aruba. “In de Antillen kreeg ik nadrukkelijk ook te maken met het varende deel van de Koninklijke Marine, de vloot. Ook de taken van de marinierseenheden in de Antillen lagen vanzelfsprekend grotendeels in de wateren rondom de Antillen. De samenwerking met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk was in die periode ook al sterk. We voerden jungletrainingen uit in Suriname, met de Engelse Mariniers oefenden we in Belize en met de Amerikaanse mariniers op eilanden in de Caraïben en in de States. Ook werkten we regelmatig met Franse eenheden, onder andere van het Vreemdelingenlegioen, die in het Caraïbisch gebied ruimschoots aanwezig waren.” Zuiderwijk is in zijn loopbaan veel in De West geweest. “Ik zorgde ervoor dat ik een goed contact onderhield met de bevolking en de plaatselijke autoriteiten, onder andere door Papiamento te leren spreken.” Als sportmens was Zuiderwijk ook blij dat hij in de Antillen naar hartelust kon duiken. Hij werd er sportduikinstructeur en heeft nog steeds een passie voor duiken, iets wat professioneel niet voor hem was weggelegd in combinatie met zijn specialisatie als vlieger.

Veel oud-commando’s en oud-mariniers in De West
Het klimaat en andere prettige omstandigheden brachten vele oud-commando’s en oud-mariniers naar het Caraïbisch gebied. Vaak zoeken de maten elkaar daar op één van de eilanden op om de onderlinge band sterk te houden. “Ik bezocht die bijeenkomsten graag. In die periode kwam ik in Suriname onder andere Bas van Tussenbroek tegen (oud C-KCT) en ook Werner van den Berg.” Net als Van den Berg houdt Zuiderwijk erg van Zweden. Ze hebben er beiden een huis in dezelfde omgeving en spreken elkaar dan ook nog regelmatig. “Zweden is het land waar ik wil gaan wonen als ik de dienst verlaat. Ik heb daar een boerderij met bos en weilanden. Ik kan dan terugkijken op een mooie carrière en ben van plan om andere dingen te gaan doen, waar ik nu niet zo veel tijd voor heb. Allereerst van de natuur en de ruimte genieten en veel reizen. Daarnaast heb ik veel hobby’s zoals motorrijden, golfen, skiën en jagen. Ik hoef me dus niet te vervelen.”

Bron: De Groene Baret


Do 11 Nov 2010, 22:43
Berichten weergeven van de afgelopen:  Sorteer op  
Reageren op dit onderwerp   [ 1 bericht ] 

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 5 gasten


U mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen in dit forum
U mag geen reacties plaatsen op onderwerpen in dit forum
U mag uw berichten niet wijzigen in dit forum
U mag uw berichten niet verwijderen in dit forum

Ga naar:  
cron
Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group.
Designed by STSoftware for PTF.

Vertaald door phpBBservice.nl.